De mix in Maleisië
Wat Maleisie voor mij bijzonder maakt is de mix van volken, culturen en religies. Heel anders dan Japan bijvoorbeeld. Hier leven Maleiers, Chinezen en Indiërs naast én met elkaar. Je ziet moskeeën, hindoetempels, boeddhistische tempels en kerken soms bijna gebroederlijk naast elkaar staan. Tijdens onze tour door George Town onder leiding van onze gids Chin bezochten we Harmony Street. Binnen een paar honderd meter wandel je er langs Chinese tempels, kerken en een moskee. Mooie naam ook, Harmony Street.

Little India en Chinatown
Ook in Malakka zie ik die mengelmoes overal terug. Ons hotel ligt midden in Little India en zodra ik naar buiten loop, waan ik me heel even terug in Zuid-India. Een lange straat vol kraampjes met felgekleurde stoffen, Indiase eethuisjes, gouden sieraden en de geur van wierook. Alleen de koeien ontbreken. Een paar straten verder zit ik aan de koffie in Chinatown. Weer een compleet andere wereld. Chinese tempels, rode lampionnen en winkeltjes waar ik geen idee heb wat ze verkopen, maar waar ik toch altijd even naar binnen wil.


Nederlandse molen in Maleisië
En je gelooft het bijna niet; er staat er in Mallaka ook gewoon een replica van een Nederlandse molen. Maar de Nederlandse geschiedenis zit hier niet alleen in zo'n fotogeniek molentje. Ik loop St. Paul’s Hill op, richting de ruïne van de oude St. Paul’s Church. Tegen de muren staan grote Nederlandse grafstenen, met namen van mensen die hier honderden jaren geleden leefden en overleden. Het fascineert me dat complete families in die tijd een bestaan opbouwden aan de andere kant van de wereld. Ik lees geboorte- en sterfdata en realiseer me dat veel van deze mensen jonger stierven dan ik nu ben. Opeens zijn het niet meer alleen namen op een steen. Het waren mensen die hier woonden, kinderen kregen, ziek werden en uiteindelijk duizenden kilometers van Nederland vandaan werden begraven.

Geschiedenis
Terwijl ik de stenen bekijk, raak ik aan de praat met een jongen die me vraagt waar ik vandaan kom. “The Netherlands.” Dat vindt hij duidelijk interessant. Hij blijkt net als ik geïnteresseerd in geschiedenis en samen kijken we naar de oude stenen en de namen die erop staan. Ik vind het bijzonder; even staan daar twee mensen uit totaal verschillende werelden naar dezelfde geschiedenis te kijken. Je zou denken dat zulke herinneringen aan koloniale overheersers niet direct iets zijn om trots op te zijn. Maar in Maleisië lijkt men daar vrij nuchter mee om te gaan. Het hoort bij de geschiedenis. Niet per se een geschiedenis om te vieren, maar wel eentje die er is.

Flor de la Mar
In het centrum staat de Flor de la Mar, een replica van een groot oud Portugees schip. Het ziet er van buiten bijna romantisch uit. Totdat ik binnen de gruwelijke verhalen lees. Over geweld en onderdrukking. Over mensen die tot slaaf werden gemaakt. Over ambachtslieden die gevangen werden genomen en naar Portugal werden gebracht, juist omdat hun kennis en vakmanschap waardevol waren. Hoe vreselijk. Toch hebben die eeuwenlange handel, migratie en overheersing er ook voor gezorgd dat Maleisië is geworden wat het nu is. Vooral in steden als Melaka en George Town zie ik hoe al die invloeden zich met elkaar hebben vermengd.
Eten in Maleisië
En misschien proef je dat nergens zo goed als op je bord. De ene keer eet ik Indiaas: roti canai met dhal of een kruidige groentecurry, en waan ik me weer even terug in Zuid-India. Een paar straten verder eet ik bij een Chinees restaurant tofu, noedels en groenten uit de wok. En dan is er natuurlijk de Maleise keuken, heerlijk, ik doe zelfs mee aan een kook workshop. En alsof drie keukens nog niet genoeg zijn, ontstond hier ook de Nyonya-keuken, waarin Chinese en Maleise smaken samenkomen. Ik heb bijna nergens zo’n gevarieerde keuken gezien. En juist daarin zie je misschien wel het beste wat er gebeurt als culturen eeuwenlang naast elkaar leven. Ze blijven zichzelf, maar nemen ondertussen ongemerkt ook iets van elkaar over.

Niet hetzelfde maar wel één land
Dat spreekt me aan. Je hoeft niet hetzelfde hoeft te zijn om toch samen één land te vormen. Een moskee naast een hindoetempel, een kerk een paar straten verderop, en iedereen met zijn eigen gebruiken, feesten, gerechten en verhalen. Hoe mooi zou het zijn als dat overal zo vanzelfsprekend was: dat je mag zijn wie je bent, zonder dat een ander daarvoor minder zichzelf hoeft te zijn.

