In de Taita Hills, Kenia
Met onze jeep rijden we van de grote weg af, diep Kenia in. Het asfalt houdt op en de weg wordt smaller. Stof waait op langs akkers en lage huizen die bijna opgaan in het landschap. Hier, in de Taita Hills aan de rand van Tsavo West National Park, liggen dorpen verspreid tussen natuur en parkgrenzen, waar het leven meebeweegt met regen, droogte en alles wat ’s nachts uit het park kan komen.

Samenwerken
Onze gids Beka heeft dit bijzondere bezoek geregeld. Een project dat nog nauwelijks bekend is bij toeristen, en juist daarom zo speciaal. Geen opdringerige Maasai – wat helaas vaak voorkomt – maar vrouwen die hier samen werken en pure producten maken. Het gaat niet alleen om het eindresultaat, maar om het samen zijn: samen werken, samen praten, vanuit verbinding.

Een warm welkom aan de rand van Tsavo West
Bij een huis staat een groep vrouwen. Felgekleurde doeken om de heupen en allemaal hetzelfde rode T-shirt met de tekst Kajiado Women Weavers Self Help Group. Nog voordat we goed en wel zijn uitgestapt, klinkt zang. Eerst één stem, dan meer. Er wordt geklapt, bewogen, gelachen. We stappen uit en voor we het weten dansen we mee. Zo aanstekelijk. Het voelt als de meest vanzelfsprekende manier om elkaar te begroeten.

Het strippen van de sisal plant
Samen lopen we naar de ruimte achter het gebouw. Daar zitten de vrouwen op plastic stoeltjes, allemaal geconcentreerd aan het werk. In hun handen sisalvezels, waarmee placemats en manden worden gemaakt.
Een oudere vrouw laat zien hoe het werkt. De plant, die een beetje doet denken aan een ananas, wordt gestript. De lange vezels worden eruit gehaald, gedroogd en daarna met de hand tot draden gedraaid. Dat vormt de basis voor alles wat hier ontstaat. Een manier van werken die hier al generaties wordt doorgegeven.

Manden, schalen en placemats
Langzaam krijgen de vormen hun definitieve gedaante: manden, schalen, tassen en placemats. Stevig gevlochten, elk net iets anders. Op ieder werkstuk staat een naam, met de hand geschreven. Natuurlijk worden we uitgenodigd om het zelf te proberen. Handwerken was op de lagere school al niet mijn sterkste kant, dus het duurt even voordat ik doorheb hoe het werkt. Heel lang oefen ik niet, want al snel volgt de volgende dans.


De naam van de maakster
Om de hoek liggen de producten die klaar zijn, uitgestald op de grond. Elke mand, elke placemat heeft een naam. De naam van de vrouw die het heeft gemaakt. Koop je iets, dan rekenen andere vrouwen zorgvuldig uit wat iedereen verdient.

Direct inkomen in het dorp
Terwijl ik toekijk, hoor ik hoe belangrijk dit werk is voor het leven hier, in dit deel van Kenia. Landbouw alleen is te onzeker geworden, vertellen ze terloops. Te droog, te kwetsbaar. Wat ze maken brengt direct inkomen in het dorp. Veel van dit soort groepen zijn ooit begonnen met steun van buitenaf — een kerk, een lokale organisatie of een lodge in Tsavo die reizigers langsstuurt — maar het dagelijkse werk gebeurt hier, in deze kring van vrouwen.

Dansen als afscheid
Wanneer we afscheid nemen, klinkt opnieuw zang. Armen gaan omhoog, doeken bewegen mee. Terwijl we verder rijden, blijft het beeld nog even zichtbaar in de spiegel: kleur, stof, beweging.
Terug in de jeep liggen de manden achterin. De namen staan er nog op.
Sommige ontmoetingen reizen langer mee dan je dacht.

Het was een fantastische ervaring om als vrouw dit vrouwenproject te bezoeken. Wetende dat wij de enige toeristen waren tot dusver. Ik voelde mij verbonden met deze groep hardwerkende vrouwen. En voelde mij zeer welkom. Het was zeker één van de highlights van mijn reis door Kenia.