Toen ik voor de eerste keer in Japan was wilde ik meteen de toiletten, de netheid en de omgangsvormen meenemen. Nu ben ik terug uit Zuid-India en ook hier zijn er dingen waarvan ik denk: dit mogen we best importeren. Standaard vegetarisch eten, de eeuwenoude Ayurvedische leer en massages waar je spontaan zen van wordt

Mijn drie favorieten in India
1. Vegetarisch is hier de norm
Het eerste wat me opvalt als ik in Zuid-India ben, is een restaurantbord met grote letters: non-vegetarian. Ik vind het meteen geweldig. Hier is vegetarisch zo vanzelfsprekend dat alles wat daarvan afwijkt extra benoemd moet worden. Alsof je in Nederland een bord ziet met: “Let op, hier zit vlees in,” of: “Dit restaurant heeft ook niet-vegetarische gerechten.”
Eindelijk niets meer hoeven uitleggen
Ik ben al mijn leven lang vegetariër, en ik denk: oh… dus zó kan het ook. Geen vragen, geen uitleg, geen discussies aan tafel, nu gelukkig niet meer- maar in de jaren 70 nog wel. In India wordt er totaal anders naar vlees gekeken. Misschien raakt dat me ook juist daarom zo. Ik kom uit een dorp met drie slachthuizen. Drie. Ik wist dus al jong waar vlees vandaan kwam, zag de koeien en varkens voor de ingang van het slachthuis staan. En toch zat ik aan tafel waar werd gezegd: “niet zo moeilijk doen,” terwijl ik alleen maar dacht: wie bedenkt zoiets?

Hoe een land van 1,4 miljard mensen eet
Hier in India is vegetarisch eten voor veel mensen gewoon de basis. Dat heeft te maken met ahimsa: geweldloosheid. Het idee dat je andere levende wezens geen schade toebrengt, of in ieder geval zo min mogelijk.
Ahimsa: geweldloosheid in het dagelijks leven
Een gedachte die al duizenden jaren verweven is met religie en het dagelijks leven — en later ook door mensen als Mahatma Gandhi werd uitgedragen. Niet als iets groots of zwaars, maar juist in het alledaagse. In wat je eet. In hoe je leeft. Iets wat gedragen wordt door miljoenen mensen — eigenlijk door meer dan een miljard, nog beter! En dat zie je overal. Op straat, in kleine eettentjes, in restaurants. Rijst, linzen, dhal, kikkererwten, groenten en specerijen. Gerechten die al generaties lang worden gemaakt. Het ís heerlijk en super gezond.

2. De Ayurvedische leer
Mijn tweede favoriet in India is Ayurveda. Ayurveda is een eeuwenoude Indiase gezondheidsleer waarbij voeding, kruiden, rust, massage en balans centraal staan. Het idee is eigenlijk heel simpel: kijken naar wat een lichaam nodig heeft om weer in evenwicht te komen.
Oude wijsheden die verrassend herkenbaar voelen
Ik ben opgegroeid met de “oude middeltjes” van mijn oma. Een ui naast je bed als je verkouden bent. Een natte lap met daarover een wollen doek om je keel bij keelpijn. Dingen waarvan je vroeger dacht: zou dat echt helpen, maar waarvan het effect keer op keer bewezen wordt. In India zie je dat soort traditionele kennis nog overal terug. Niet als iets alternatiefs, maar gewoon als onderdeel van het dagelijks leven.

3. De heerlijke massages
En dan mijn derde favoriet: de massages. Echt, daar kan ik zonder moeite aan wennen. Niet de snelle wellnessmassage waarbij iemand haast lijkt te hebben, maar massages waarbij tijd nog gewoon tijd mag zijn. Met warme olie, rustige bewegingen en vaak ook een enorme kalmte. Alsof iemand niet alleen je schouders masseert, maar ook meteen je stressniveau een beetje naar beneden drukt.
Een resetknop na alle indrukken van India
Na een dag vol drukte, getoeter, kleuren, geuren en indrukken voelt zo’n massage bijna als een resetknop. En misschien is dat ook precies waarom het zo goed bij India past. Het land is intens, chaotisch en overweldigend — maar tegelijkertijd zit er ook iets rustgevends in. Een andere manier van kijken naar lichaam, gezondheid en leven.
